|
VERZAMELDE MEDIA BERICHTEN
|
||||
|
VPRO. Jacqueline de Vree,
|
|
Als een publieke service aangeboden door het Nederlands Comité voor de Rechten van de mens (NCRM) | ||
|
ANTIDEPRESSIVA HEBBEN ´WEINIG NUT' Ongepubliceerde studies werpen nieuw licht op effect |
||||
|
Moderne antidepressiva zoals Prozac en Seroxat blijken niet beter te werken dan een neppil of placebo. Dat volgt uit een grote meta-analyse, waarin ook tot nog toe ongepubliceerde studies zijn meegenomen. Eind
jaren tachtig beloofde de introductie van Prozac, het eerste moderne
antidepressivum, een revolutie in de behandeling van depressies. Het
middel had, in vergelijking met de ‘oude’ antidepressiva, nauwelijks
bijwerkingen. Bovendien richtte het zich selectief op één bepaald
molecuul in de hersenen: het ‘stemmingsstofje’ serotonine. Prozac was
de eerste van een hele generatie ssri’s of selectieve serotonine
heropname-remmers, zoals de middelen heten. Nu, twintig jaar na de
introductie, slikken wereldwijd veertig miljoen mensen Prozac. Een ronkend
succes, moet de conclusie haast wel zijn. Een groep onderzoekers onder leiding van Irving Kirsch velt deze week echter een hard oordeel over de ssri’s. Ze werken niet beter dan een placebo, concluderen ze na een grondige analyse van alle gepubliceerde en niet gepubliceerde studies naar de werking van de vier meest voorgeschreven ssri’s. Naast Prozac zijn dat Seroxat, Efexor en het in Nederland niet meer voorgeschreven middel nefazodone (Dutonin). De analyse van Kirsch en collega’s is gepubliceerd in het gratis toegankelijke online tijdschrift PLOS Medicine. De
onderzoekers bestudeerden alle klinische trials die voor de middelen in
kwestie zijn aangemeld bij de FDA, de Amerikaanse autoriteit die beslist
over het toelaten van geneesmiddelen op de Amerikaanse markt. Elk
onderzoek naar nieuwe geneesmiddelen moet bij die instantie worden
aangemeld, ook al wordt het resultaat niet gepubliceerd in een
wetenschappelijk tijdschrift. Dat laatste gebeurt vooral als het
geneesmiddel in de test niet beter werkt dan een placebo, zo bleek ook uit
een vorige maand verschenen studie in het tijdschrift New England Journal
of Medicine. |
In
dat artikel houden Erick Turner en collega’s 74 FDA-studies tegen het
licht waarin de werking van twaalf verschillende antidepressiva werd
onderzocht. In de wetenschappelijke literatuur zijn vooral de gunstige
uitkomsten terug te vinden: in 94 procent van de gepubliceerde studies
komt een positief effect naar voren van het onderzochte medicijn. Maar
ongeveer eenderde van de klinische trials is nooit gepubliceerd. Neem je
die ‘bureaula-studies’ ook mee, zoals Turner deed, dan is nog maar in
51 procent – krap de helft - van de klinische trials een positief effect
zichtbaar van de onderzochte antidepressiva. Voor
de meta-analyse die deze week in PLOS is verschenen, bestudeerden Irvin
Kirsch en collega’s in totaal 47 klinische trials die bij de FDA waren
aangemeld. Daarbij werd telkens het effect van het geneesmiddel in kwestie
vergeleken met dat van een neppil. Dat effect werd gemeten met behulp van
de Hamilton Rating Scale for Depression, een standaard vragenlijst om vast
te stellen hoe depressief iemand is. Bij elf punten zijn er aanwijzingen
voor een depressie, scoort iemand 24 punten of meer, dan is er sprake van
een zeer ernstige depressie. Zowel
patiënten die een placebo kregen als patiënten die het echte middel
kregen, gingen er gedurende de klinische trials een paar punten op vooruit.
Placeboslikkers verbeterden gemiddeld 7,8 punten op de Hamiltonschaal, en
mensen die de ‘echte’ pillen kregen iets meer: gemiddeld 9,6 punten.
Het verschil, 1,8 punten, is weliswaar statistisch significant – dat
betekent dat het niet aan het toeval is te wijten – maar het is niet
‘klinisch significant’. Daarvoor moet het verschil tussen placebo en
geneesmiddel minstens drie punten schelen op de Hamiltonschaal, aldus de
criteria van het Britse Natonal Institute of Clinical Excellence.
|
Alleen
bij ernstig depressieve patiënten was er een duidelijk verschil tussen
het echte medicijn en het neppilletje, maar dat werd vooral veroorzaakt
door het feit dat mensen in deze patiëntengroep minder vooruitgang
boekten als ze een placebo kregen. De onderzoekers concluderen dat het
voorschrijven antidepressiva eigenlijk geen zin heeft, behalve bij zeer
ernstig depressieve patiënten. En dan nog alleen als alle andere vormen
van behandeling niet aanslaan. In
een verklaring liet Eli Lilly, de fabrikant van Prozac, weten dat Prozac
“een van de best onderzochte geneesmiddelen ter wereld is. Wij zijn
trots op het verschil dat Prozac heeft betekend in het leven van miljoenen
mensen met een depressie.” Lilly heeft naar schatting tientallen
miljarden dollars verdiend aan Prozac. Een woordvoerder van
GlaxoSmithKline, de fabrikant van Seroxat, liet weten dat de bevindingen
van Kirsch in tegenspraak zijn met ‘de actuele klinische praktijk’. De
onderzoekers hebben zich voor deze studie beperkt tot de klinische trials
die gedaan zijn vóórdat de medicijnen toegelaten werden op de markt, de
studies dus op grond waarvan de FDA besluit de middelen al of niet toe te
laten. Studies die daarna zijn verschenen, hebben ze niet meegenomen in
hun analyse, en daar wijzen de farmagiganten in hun reacties dan ook
fijntjes op. Maar de hamvraag is natuurlijk hoe het komt dat de FDA
geneesmiddelen op de markt heeft toegelaten die eigenlijk niet beter
werken dan een placebo. Jacqueline
de Vree Irvin
Kirsch et al, 'Initial Severity and Antidepressant Benefits: A
Meta-Analysis of Data Submitted to the Food and Drug Administration', in:
PLOS, 26 januari 2008. Erick Turner et al, ´Selective Publication of Antidepressant Trials and Its Influence on Apparent Efficacy´, in New England journal of Medicine, 17 januari 2008.
|
||